De zomervakantie. Voor veel mensen hét moment om even helemaal niets te hoeven. Geen afspraken, geen deadlines, geen telefoon die om de haverklap afgaat. Ook voor advocaten is dat niet anders. Althans, dat hopen we.
Samen met mijn vrouw en kinderen ben ik momenteel aan de Côte d'Azur. Een plek waar de zon vrijwel altijd schijnt, de zee azuurblauw is en waar je na een jaar hard werken eindelijk eens écht tijd voor elkaar hebt. Even geen strafdossiers, geen politiebureaus en geen rechtbanken. Alleen het gezin.
Na een ochtend aan het zwembad besluiten we ergens een drankje te drinken. Terwijl de kinderen druk in de weer zijn en mijn vrouw eindelijk eens een gesprek probeert te voeren zonder dat mijn telefoon tussendoor afgaat, hoor ik ineens:
"Meneer Tay?"
Ik kijk op; een cliënt.
Dat gebeurt natuurlijk weleens. De wereld is klein en Nederlanders lijken elkaar overal tegen te komen. We schudden elkaar de hand, maken een praatje en ik vraag hoe het gaat. Een vraag die ik als strafrechtadvocaat misschien beter niet had kunnen stellen.
"Niet zo best," begint hij. "Mijn rijbewijs is ingevorderd..." En daar ging het.
Binnen enkele seconden zaten we midden in een juridisch betoog. Hoe hard hij had gereden, waarom de politie volgens hem ongelijk had, wat de officier waarschijnlijk zou doen en vooral waarom hij écht zijn rijbewijs nodig had.
Terwijl ik af en toe een blik wierp richting mijn gezin, dat inmiddels maar zonder mij verder was gegaan, probeerde ik subtiel duidelijk te maken dat ik vakantie had.
"Ik kijk er na mijn vakantie graag even naar."
Een mooie openingszin, dacht ik. Maar het kwartje viel niet. Sterker nog, het leek juist het startsein voor nóg meer informatie. Kentekens, tijdstippen, getuigen, de auto, de flitspaal, zijn werk, zijn baas, zijn vakantie die misschien ook wel in gevaar kwam; werkelijk alles kwam voorbij.
En eerlijk is eerlijk, op dat moment dacht ik heel even: ik ben gewoon met mijn gezin op vakantie.
Maar vrijwel direct daarna dacht ik ook iets anders.
Deze man ziet mij niet als iemand die toevallig een drankje zit te drinken. Hij ziet zijn advocaat. Degene waarvan hij hoopt dat die hem kan helpen op een moment waarop hij zich zorgen maakt. Dat is eigenlijk best een mooi compliment.
Soms hoor je bekende Nederlanders zeggen dat ze het vervelend vinden als mensen tijdens het eten om een foto vragen of op straat een praatje aanknopen. Dat kan ik ergens best begrijpen. Iedereen heeft recht op een beetje privacy. Maar tegelijkertijd geldt ook voor hen iets wat volgens mij ook voor advocaten geldt.
Je succes heb je niet alleen aan jezelf te danken.
Natuurlijk, een advocaat is geen popster. Althans, dat denk ik. Mij is in ieder geval nog nooit gevraagd om een handtekening. En eerlijk gezegd hoop ik ook dat dat zo blijft. Maar als iemand je zelfs op honderden kilometers van huis herkent, dan betekent dat kennelijk dat je iets goed hebt gedaan. Blijkbaar heeft die cliënt voldoende vertrouwen in je om juist jou aan te spreken, ook al sta je in een korte broek met slippers aan de Middellandse Zee.
Dus nee, ik was op dat moment niet blij dat mijn vakantiegesprek veranderde in een juridisch consult over een ingevorderd rijbewijs. Maar ik heb wel geluisterd en ik heb advies gegeven.
Daarnaast heb ik beloofd dat ik er na mijn vakantie verder naar zou kijken. Want uiteindelijk hoort dat ook bij het vak. Misschien is een advocaat geen ster. Maar net als bij sterren geldt één ding wel: zonder de mensen die in je geloven, kom je nergens.
En als dat betekent dat je soms tijdens je vakantie even advocaat bent in plaats van vakantieganger, dan is dat misschien helemaal niet zo erg. Uiteindelijk zijn het juist die cliënten die ervoor zorgen dat je iedere dag weer het mooiste vak van de wereld mag uitoefenen.